Image

Juul Hondius was in the eighties

Ik ben een jaar of tien en woon in Emmeloord. Ik ga samen met een schoolvriendje en onze beide vaders demonstreren tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten en tegen de NAVO. Samen maken we een spandoek bij ons in de straat. We gaan naar Den Haag om daar met een half miljoen mensen één vuist te maken tegen de nucleaire bewapening. Moeders zwaaien ons uit.

Van de demonstratie zelf heb ik helaas geen foto’s, alleen van de voorbereidingen.

’s Ochtends vroeg verzamelen op het plein in Emmeloord. Met touringbussen rijden we naar Den Haag. Het heeft wel iets van een avontuurlijk schoolreisje op een zonnige oktoberdag maar in plaats van het bekende ‘nu allemaal onder de banken!’ loopt het deze dag anders. Ik ben tien jaar oud en ik kende het draaiboek van een demonstratie nog niet. “Nu allemaal doodliggen!” schreeuwt iemand door een megafoon vlak naast me. Wat moeten we doen? Iemand anders begint aan een mobiel luchtalarm apparaat aan te zwengelen, zo’n jankende sirene, we doen een echte kernoorlog na.

In een rare houding liggend, met je mond halfopen op de stenen van de straat. Na een paar minuten sta je weer op en loop je verder met je spandoek.

Ik herinner me de bemoedigende blikken van volwassenen wanneer ze de tekst op ons spandoek zagen. ‘Wij laten ons geen vijanden aanpraten”. Ik was trots. Het was ook zo helder, want wij hadden gelijk en die andere helft van Nederland niet, het was slechts nog een kwestie van tijd tot zij dat ook allemaal in zouden zien. Ik wist het zeker.